De invloed van De Glasschool

Geplaatst op 30 december 2018

De Glasschool in Leerdam was meer dan die naam doet vermoeden. De creatieve opleiding kan misschien wel als de 'Design Academy' van de jaren 40 worden beschouwd.

 

In de late jaren 20 en vroege jaren 30 is Andries Dirk Copier beeldbepalend voor de producten van Glasfabriek Leerdam. De ontwerpen ontlenen hun kwaliteit vooral aan vorm en kleur, en slechts in geringe mate aan versiering door bewerking van het glasoppervlak. Eind jaren 30 is hierin bij Copier een kentering te zien. Als Copier in 1940 vervolgens De Glasschool opricht, breekt er een uitermate creatieve periode aan. Deze omspant de Tweede Wereldoorlog en brengt een nieuwe generatie ontwerpers voort.

 

Passagiersschepen

Een belangrijke basis voor deze ontwikkelingen vormt de Exposition Internationale des Arts et Techniques dans la Vie Moderne in 1937 in Parijs, waar Glasfabriek Leerdam een stand heeft. Geïnspireerd door de figuratieve afbeeldingen op ruiten, keramische panelen en lakwerk die hij daar ziet, keert Copier terug naar Leerdam. De invloeden van de beurs vertalen zich in zijn ontwerpen voor vlakglas voor grote passagiersschepen. Voor s.s. Nieuw Amsterdam ontwerpt hij in 1937 ramen met figuratieve voorstellingen van Adam en Eva en nautische onderwerpen als Neptunus, waternimfen en vissen. In 1938 volgt een opdracht voor de m.s. Oranje. Copier ontwerpt een grote ruit van gezandstraald glas met een voorstelling van een deel van de dierenriem. Ook bijpassende tafelbladen voor de lounge Eerste Klasse zijn van zijn hand.

 

 

Nieuwe richting

De nieuw ingeslagen richting wordt bevestigd in de Sonoor-catalogus van 1938, die voor het eerst een klein aantal objecten bevat die met behulp van een sjabloon zijn beschilderd. Dat de gedecoreerde objecten op het omslag staan afgebeeld, onderschrijft het belang dat Copier hecht aan deze nieuwe koers. In de Kunstnijverheidscatalogus van 1940 wordt vervolgens een collectie met zandstraalmotief geïntroduceerd. Het gaat hierbij om schalen en vazen met geëtst decor en dikwandige vazen met diep gezandstraald decor. Deze nieuwe collectie staat centraal op de tentoonstelling ‘Het Glas 1940’, die in het voorjaar van 1940 in het Stedelijk Museum in Amsterdam gehouden wordt.

 

Paradepaardje van Copier

De overgang naar meer bewerking – die een groter beroep doet op de vaardigheden in diverse technieken – valt bij Glasfabriek Leerdam samen met het besef dat het opleiden van nieuwe arbeiders in werktijd kostbaar is. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog wordt dan ook besloten een avondopleiding te starten voor glasbewerkers in spe. Op 5 Maart 1940 wordt De Glasschool opgericht, een driejarige opleiding waarin de leerlingen onderricht krijgen in het ambacht van het glasblazen en glasslijpen. Met de toevoeging van een decoratiecursus (de ‘DEC’) ontstaat in 1943 de School voor Glasversiering en -veredeling. Deze decoratiecursus, die door de diversiteit van het geleerde vaak wordt vergeleken met het Duitse Bauhaus, zou het paradepaardje worden van Copier.

 

Creatief bolwerk

Via zijn relatie Mart Stam – op dat moment directeur van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs – legt Copier contact met de pas afgestudeerde tekenleraar Sybren Valkema, die wordt aangesteld als docent ‘aestetische vormgeving’. De studenten krijgen nu een bredere culturele opleiding. Naast de lessen kunstgeschiedenis en tekenen, maken zij ook kennis met theater en andere kunstvormen. Valkema en zijn studenten voeren ook zelf diverse toneelstukken op. De opleiding gaat van start met elf leerlingen: Cees den Hartog, Willem Heesen, Jo de Jong, Jan Kennedy, Floris Meydam, Dirk den Ottelander, Joop Reparon, Wim van Stek, Piet Vermeer, Wout Versteeg en Kees de Zwart. Een deel van hen komt uit Leerdam, en is vaak al werkzaam bij Glasfabriek Leerdam. Een aantal leerlingen stroomt van buitenaf toe. Tot midden 1944 – wanneer het steeds moeilijker wordt Leerdam te bereiken en een gebrek aan grond- en brandstoffen het werk belemmert – en ook na de bevrijding weer, ontstaat in dit creatieve bolwerk een grote stroom ontwerpen. Daarbij is ook de bekende Vrijheidsvaas van Copier.

 

Individuele kwaliteiten

De eerste decors voor glasbewerking zijn vrijwel allemaal van de hand van Copier, maar allengs neemt het aantal tekeningen van anderen toe: tekeningen van Valkema en van de leerlingen, en dan met name van Floris Meydam, die binnen een jaar uitgroeit tot leraar glasversieren. De individuele kwaliteiten bepalen in grote mate hoe de leerlingen doorgroeien. Sommigen meer in de technische richting als slijper of graveur, anderen – zoals Willem Heesen – ontpoppen zich als ontwerper. De ontwerpen van De Glasschool zijn te groeperen langs lijnen van de techniek: slijpen, etsen, zandstralen, sjabloonspuiten, penschilderen en ook schilderen – een techniek die sinds de hoogtijdagen in de jaren 20 met Lanooy, Agterberg en Gidding op de achtergrond was geraakt. Een deel van de tekeningen laat een thema zien dat uitdrukkelijk wordt verbeeld, een groot aantal echter is vooral een exercitie in vlakvulling. Hoewel blank glazen voorwerpen de boventoon voeren, heeft De Glasschool ook een aantal zeer fraaie polychrome objecten voorgebracht.

 

 

Van religie tot vrouwelijk naakt

De thema’s zijn divers. Zo oefenen de leerlingen met religieuze voorstellingen, wat – met uitzondering van het liturgische glas uit de jaren 20 – niet eerder een thematiek was voor de glasfabriek. Ook zien we klassieke en neo-classicistische afbeeldingen, dierfiguren – waaronder opmerkelijk veel paarden, herten en onderwaterscènes, figuren uit de dierenriem en veel vrouwelijk naakt. Een aanzet naar de productie van gelegenheidsglas ontstaat met series herinneringsglazen, souvenirs, kinderbekers en objecten met (stads)wapens. Soms worden ontwerpen uit eind jaren 30 aangepast voor De Glasschool en nogmaals gebruikt. Net zoals ontwerpen uit De Glasschoolperiode later vaak terugkeren in gelegenheidsglas. Een fraai voorbeeld hiervan is het decor van stier en tweeling uit Copier’s ruit voor m.s. Oranje. Dit werd later uitgevoerd op een dikwandige vaas en kwam uiteindelijk geabstraheerd terecht op een gezandstraalde vaas. Deze laatste werd ontdekt door Kringloop Leerdam en kwam door schenking in de collectie van het Nationaal Glasmuseum.

 

Gelegenheidsglas

In september 1947 is er een grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar werken van de leerlingen van De Glasschool en hun docenten samen worden getoond. Het is tien jaar na de Parijse tentoonstelling en de toepassing van decoraties is intussen algemeen aanvaard. Ook de catalogus van de glasfabriek uit 1948 brengt dit tot uitdrukking: objecten met zwaar slijpsel zijn prominent opgenomen. Het gedecoreerde glas leent zich goed als jubileumgeschenk, een markt waar de glasfabriek met zijn intern opgeleide ontwerpers uitstekend op kan inspelen. Naast de afdeling Vormgeving ontstaat dan ook rond 1948 een afdeling Gelegenheidsglas (GG). Floris Meydam en Willem Heesen verzorgen hiervoor een groot aantal ontwerpen, maar ontwikkelen zich daarnaast het meest uitdrukkelijk als allround vormgevers.

 

Invloed op Nederlands industrieel ontwerp

Alles overziend blijken De Glasschool en School voor Glasversiering en -veredeling van grote betekenis te zijn geweest voor de Nederlandse industrie. Niet alleen werd er de basis gelegd voor het naoorlogse ontwerptraject van Glasfabriek Leerdam, ook vonden veel afgestudeerden van De Glasschool hun weg in andere fabrieken en industrieën. In die zin heeft de opleiding een belangrijke invloed gehad op het industrieel ontwerpen in Nederland. Welbeschouwd was de Leerdamse opleiding de 'Design Academy' van de jaren 40.

 

Tekst: Joan Temminck en Laurens Geurtz

Foto’s: Erik Rijper, Noortje Remmerswaal

 

© Kunstconsult – 20th century art | objects

Citeren uit deze tekst is uitsluitend toegestaan met bronvermelding en met een link naar deze pagina.